Wat gebeurt er wanneer het verlangen om leiding te geven langzaam verandert in de behoefte om de eerste te zijn? En hoe herken je dat patroon niet alleen bij andere leiders, maar ook in jezelf?
Niet iedere leider die spreekt over eenheid, verdraagt daadwerkelijk gelijkwaardigheid. Niet iedere leider die de visie bewaakt, beschermt daarmee ook de mensen die aan zijn verantwoordelijkheid zijn toevertrouwd. En niet iedere leider die zegt ruimte te geven aan anderen, kan verdragen dat zij werkelijk invloed krijgen.
Leiderschap brengt onvermijdelijk een bepaalde mate van gezag met zich mee. Er moeten beslissingen worden genomen, grenzen worden gesteld en verantwoordelijkheden worden gedragen. Dat is niet alleen legitiem, maar vaak ook noodzakelijk.
Toch kan zich binnen datzelfde leiderschap een subtiele verschuiving voordoen. Het verlangen om verantwoordelijkheid te dragen, verandert geleidelijk in de behoefte om controle te behouden. Het bewaken van een gezamenlijke visie wordt het beschermen van de eigen positie. En het onderscheiden van wat gezond is voor de gemeenschap, raakt vermengd met de vraag wie er eigenlijk de meeste invloed mag hebben.
Juist binnen christelijke gemeenschappen kan deze dynamiek moeilijk herkenbaar zijn. Macht wordt zelden als macht gepresenteerd. Ze verschijnt eerder in de taal van geestelijk gezag, bescherming, loyaliteit, eenheid en verantwoordelijkheid.
De derde brief van Johannes introduceert een leider bij wie deze spanning pijnlijk zichtbaar wordt: Diotrefes.
Maar wie deze passage uitsluitend leest als een beschrijving van een problematische leider, mist misschien wel de meest confronterende toepassing.
De vraag is niet alleen hoe wij met een Diotrefes moeten omgaan, maar ook hoeveel ruimte wij de Diotrefes in onszelf geven.
1. Diotrefes toen
Een korte exegese van 3 Johannes 9–11.
‘Ik heb aan de gemeente geschreven; maar Diotrefes, die steeds onder hen de eerste wil zijn, erkent ons niet. Daarom zal ik, als ik kom, de werken die hij doet, in herinnering brengen. Hij belastert ons met kwaadaardige praatjes; en hiermee nog niet tevreden, erkent hijzelf de broeders niet en verhindert het hun die het wel willen doen en stoot hen uit de gemeente. Geliefde, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goeddoet, is uit God; maar wie kwaad doet, heeft God niet gezien.’
3 Johannes 1:9–11 (HSV)
De derde brief van Johannes is een korte, persoonlijke brief, gericht aan Gajus. De auteur, die zichzelf aanduidt als ‘de oudste’ (ho presbyteros), prijst Gajus vanwege zijn trouw aan de waarheid en zijn gastvrijheid tegenover rondreizende broeders die zich inzetten voor de verkondiging van het evangelie.
Tegenover Gajus verschijnt Diotrefes, een invloedrijke figuur binnen de gemeente die weigert de oudste en diens medewerkers te ontvangen.
Johannes beschrijft vijf samenhangende gedragingen:
Opvallend is dat Johannes het conflict niet introduceert als een leerstellig geschil. Het concrete probleem betreft de weigering om bepaalde broeders te ontvangen, gecombineerd met het onderdrukken van gemeenteleden die dat wel willen.
Dat betekent niet dat leerstellige overtuigingen geen rol kunnen hebben gespeeld. De tekst geeft eenvoudigweg onvoldoende informatie om de precieze motieven van Diotrefes volledig te reconstrueren.
De naam Diotrefes (Grieks: Διοτρέφης, Diotrephēs) betekent letterlijk ‘door Zeus gevoed’ of ‘door Zeus grootgebracht’, een verwijzing naar de oppergod uit de Griekse mythologie.
Hoewel Johannes geen expliciete theologische betekenis aan deze naam verbindt, vormt deze een opmerkelijk historisch detail binnen de beschrijving van een leider die zelf de eerste plaats verlangt.
Johannes legt echter wel een rechtstreeks verband tussen zijn verlangen naar voorrang en zijn gedrag tegenover anderen.
Woordstudie: wat betekent ‘erkent ons niet’?
In vers 9 gebruikt Johannes de formulering: οὐκ ἐπιδέχεται ἡμᾶς — ouk epidechetai hēmas
Letterlijk: ‘hij ontvangt ons niet’.
Het werkwoord epidechomai (ἐπιδέχομαι) kan, afhankelijk van de context, betekenen: ontvangen, verwelkomen, toelaten of aanvaarden.
De HSV vertaalt het hier met ‘erkent ons niet’. Daarmee wordt een belangrijk aspect van de relationele en gezagsmatige spanning zichtbaar, maar het is goed te beseffen dat het Griekse werkwoord niet uitsluitend de formele erkenning van iemands autoriteit aanduidt.
In vers 10 gebruikt Johannes hetzelfde werkwoord wanneer hij schrijft dat Diotrefes de broeders niet ontvangt.
Die herhaling is exegetisch belangrijk. Het gaat niet uitsluitend om een innerlijke houding van gebrek aan respect. De weigering krijgt een concrete, relationele en organisatorische uitwerking: mensen worden niet ontvangen en anderen worden verhinderd hen te ontvangen.
De tekst laat daarmee zien hoe een persoonlijke houding van afwijzing kan uitgroeien tot een patroon van uitsluiting.
De ontwrichtende kracht van laster en negatieve woorden
Een opvallend aspect van het optreden van Diotrefes is de manier waarop hij woorden gebruikt om de positie en geloofwaardigheid van anderen te ondermijnen.
Johannes schrijft:
‘Hij belastert ons met kwaadaardige praatjes’ (3 Johannes 1:10).
In de Griekse grondtekst staat hier het werkwoord φλυαρέω (phlyareō), dat ‘kletsen’, ‘onzin uitkramen’ of ‘kwaadspreken’ kan betekenen. Het woord duidt op leeg, ongefundeerd of onverantwoord spreken en komt slechts eenmaal in het Nieuwe Testament voor.
Johannes versterkt de negatieve betekenis met de uitdrukking λόγοις πονηροῖς (logois ponērois), letterlijk ‘met kwaadaardige woorden’. Het gaat hier dus niet slechts om een verschil van inzicht of legitieme kritiek, maar om schadelijke communicatie waarmee de reputatie van anderen wordt aangetast.
Binnen de vroegchristelijke gemeenschappen, waarin persoonlijke relaties, gastvrijheid en onderling vertrouwen essentieel waren voor de verspreiding van het evangelie, konden dergelijke woorden bijzonder ontwrichtend werken. Door negatieve verhalen over de oudste te verspreiden, kon Diotrefes diens geloofwaardigheid ondermijnen en tegelijkertijd zijn eigen positie binnen de gemeente versterken.
De tekst laat niet zien hoe succesvol deze beïnvloeding daadwerkelijk was, maar wel dat zijn kwaadsprekerij samengaat met het weren van broeders en het uitsluiten van gemeenteleden. Daarmee wordt zichtbaar hoe woorden kunnen functioneren als instrument van sociale controle: wie het beeld van een ander weet te bepalen, kan ook beïnvloeden hoeveel ruimte, vertrouwen en gezag die ander binnen een gemeenschap ontvangt.
Dat mechanisme is vandaag niet minder relevant. Selectieve informatie, suggestieve opmerkingen, verdachtmakingen en het voortdurend negatief duiden van andermans motieven kunnen een leiderschapscultuur creëren waarin mensen elkaar niet langer rechtstreeks beoordelen, maar door de verhalen die over hen worden verteld. Juist daarom vraagt geestelijk volwassen leiderschap om waarheidsliefde, zorgvuldige communicatie en de bereidheid tot hoor en wederhoor.
Zoals Jakobus waarschuwt, kan de tong, hoewel klein, grote schade aanrichten (Jakobus 3:5–6). Een leider die de reputatie van anderen beschadigt om zijn eigen positie te beschermen, ondermijnt uiteindelijk het vertrouwen waarop gezond geestelijk leiderschap behoort te rusten.
Het diepere motief: de eerste willen zijn
Nog fundamenteler is het woord dat Johannes gebruikt om Diotrefes te typeren:
φιλοπρωτεύων — philoprōteuōn
Dit is het tegenwoordig deelwoord van philoprōteuō, een zeldzaam Grieks werkwoord dat betekent: graag de eerste willen zijn, naar de voornaamste positie verlangen of erop gesteld zijn de eerste plaats in te nemen.
Het woord is samengesteld uit elementen die verband houden met liefhebben (phileō) en de eerste zijn (prōteuō).
Het komt in deze vorm slechts hier in het Nieuwe Testament voor.
De tegenwoordige deelwoordsvorm beschrijft Diotrefes als iemand die gekenmerkt wordt door het verlangen naar de eerste plaats. De grammaticale vorm op zichzelf bewijst geen permanente psychologische toestand, maar binnen de beschrijving van Johannes gaat het duidelijk om meer dan één geïsoleerde beslissing.
Hier ligt de kern van het probleem. Niet zijn leiderschapspositie wordt expliciet veroordeeld, maar zijn verlangen naar voorrang en de wijze waarop dit verlangen zijn handelen bepaalt.
De tekst leert ons daarmee iets wezenlijks:
Het probleem begint niet noodzakelijk wanneer een leider gezag uitoefent, maar wanneer het verlangen naar voorrang bepalend wordt voor de manier waarop hij met anderen omgaat.
Spanning in de vroege kerk
Diotrefes wordt uitsluitend in de derde brief van Johannes genoemd. Zijn optreden biedt een bijzonder inkijkje in de gezagsverhoudingen en spanningen binnen de vroege kerk. Hoewel zijn precieze positie onbekend blijft, lijkt zijn gedrag te wijzen op een machtsstrijd waarin persoonlijk gezag en lokale autonomie tegenover de invloed van de oudste en diens medewerkers kwamen te staan.
Onder exegeten bestaat discussie over zijn achtergrond: vertegenwoordigde hij een afwijkende theologische stroming, was hij een lokale leider die zijn onafhankelijkheid wilde bewaken, of werd hij voornamelijk gedreven door persoonlijke ambitie? De tekst geeft hierover geen uitsluitsel. Wel wordt duidelijk dat zijn handelen verder reikte dan een persoonlijk conflict. Door rondreizende broeders te weren en gemeenteleden die hen wilden ontvangen uit te sluiten, belemmerde hij de onderlinge verbondenheid, gastvrijheid en wederzijdse verantwoordelijkheid tussen christelijke gemeenschappen.
Daarmee illustreert Diotrefes hoe het streven naar persoonlijke invloed de bredere gemeenschap van gelovigen kan ondermijnen, zelfs wanneer er niet aantoonbaar sprake is van een leerstellig conflict. En dat is een dynamiek die we vandaag de dag ook in de kerk kunnen tegenkomen.
2. De moderne Diotrefes: controle vermomd als verantwoordelijkheid
Een hedendaagse Diotrefes hoeft geen openlijk autoritaire leider te zijn.
Sterker nog, sommige ongezonde vormen van leiderschap worden juist in stand gehouden doordat ze aan de buitenkant redelijk, zorgvuldig en geestelijk verantwoord lijken.
De leider spreekt over bescherming van de gemeente, het bewaken van de visie, geestelijke veiligheid en het belang van eenheid.
Dat zijn op zichzelf volkomen legitieme verantwoordelijkheden.
Maar dezelfde begrippen kunnen ook worden gebruikt om de eigen invloed veilig te stellen.
Denk aan een leider die:
Niet elk afzonderlijk gedrag bewijst dat iemand handelt als Diotrefes. Soms zijn er goede redenen voor begrenzing, vertrouwelijkheid of centrale besluitvorming.
Het onderscheid ligt in de onderliggende motivatie, de proportionaliteit van het handelen, de transparantie van de besluitvorming en de bereidheid om verantwoording af te leggen. Gezond leiderschap beschermt natuurlijk de gezamenlijke opdracht. Ongezond leiderschap beschermt de eigen positie en noemt dat de gezamenlijke opdracht.
Het verschil kan aan de buitenkant bijzonder klein lijken, terwijl de gevolgen voor de gemeenschap enorm zijn.
3. Erkenning: wie mag er naast mij bestaan?
Een van de meest confronterende vragen die deze passage oproept, is hoe wij omgaan met mensen die niet vanzelfsprekend binnen onze invloedssfeer vallen.
Kunnen wij andere leiders werkelijk erkennen wanneer zij anders denken, anders werken of een andere bediening vertegenwoordigen? Kunnen wij iemand ruimte geven zonder diens initiatief te moeten controleren? En kunnen wij verdragen dat God door anderen werkt zonder dat wij daarvoor de erkenning ontvangen?
Erkenning betekent niet dat wij iedere overtuiging moeten onderschrijven of iedere vorm van leiderschap moeten legitimeren.
Het Nieuwe Testament roept nadrukkelijk op tot onderscheidingsvermogen. Johannes zelf waarschuwt in zijn tweede brief tegen het ontvangen en ondersteunen van mensen die de leer van Christus niet brengen (2 Johannes 9–11).
Erkenning is dus niet hetzelfde als grenzeloze acceptatie.
Maar geestelijk onderscheidingsvermogen mag ook geen dekmantel worden voor persoonlijke onzekerheid, rivaliteit of territoriaal gedrag.
Dat vraagt van leiders een belangrijke vorm van zelfonderzoek.
Wanneer ik iemand niet erken, komt dat dan voort uit een zorgvuldig getoetste overtuiging, of uit mijn moeite om diens zelfstandigheid, invloed of gezag te verdragen?
Die vraag wordt des te belangrijker wanneer wij zelf verantwoordelijk zijn voor het bepalen wie toegang krijgt tot een gemeenschap, platform, netwerk of bediening.
Want wie toegang beheert, beheert ook invloed.
En wie invloed beheert, draagt een bijzondere verantwoordelijkheid om persoonlijke voorkeuren niet te verwarren met geestelijk onderscheidingsvermogen.
4. De Diotrefes in jezelf: wanneer verantwoordelijkheid bezit wordt
Het is relatief eenvoudig om ongezonde machtsdynamieken bij andere leiders te herkennen. Veel moeilijker is het om dezelfde mechanismen bij onszelf te onderzoeken.
De meeste leiders beginnen niet met het voornemen anderen te controleren. Vaak begint het met een oprecht verlangen om iets goeds op te bouwen. Er is een visie, een roeping, een verantwoordelijkheid. Er worden offers gebracht en moeilijke beslissingen genomen. Langzaam kan echter een psychologische en geestelijke verschuiving plaatsvinden:
Omdat ik veel heb geïnvesteerd, ga ik mij eigenaar voelen. Omdat ik verantwoordelijkheid draag, wil ik overal bij betrokken worden. Omdat ik de geschiedenis ken, vind ik dat anderen eerst mijn goedkeuring nodig hebben. Omdat ik de risico’s zie, wordt het moeilijk om anderen werkelijk vertrouwen te geven. En omdat ik bang ben dat het misgaat, noem ik mijn behoefte aan controle voorzichtigheid.
Zo kan een leider vanuit oprechte betrokkenheid een patroon ontwikkelen waarin de zelfstandigheid van anderen steeds minder ruimte krijgt.
Dat maakt Diotrefes niet uitsluitend tot een figuur die wij bij anderen moeten identificeren. Hij houdt ons ook een spiegel voor.
Misschien ben ik niet degene die anderen uit de gemeente zet, maar ben ik wel degene die mensen subtiel op afstand houdt wanneer zij mijn positie bedreigen. Misschien verspreid ik geen openlijke laster, maar vertel ik wel selectief over anderen om mijn eigen handelen te rechtvaardigen. Misschien spreek ik over eenheid, terwijl ik vooral moeite heb met mensen die onafhankelijk van mij handelen. Misschien verlang ik naar gelijkwaardigheid, zolang ik zelf maar de doorslaggevende stem behoud.
De Diotrefes in onszelf verschijnt vaak op het moment dat onze behoefte aan zekerheid groter wordt dan onze bereidheid anderen werkelijk verantwoordelijkheid toe te vertrouwen.
Geestelijke volwassenheid vraagt daarom niet alleen om het ontwikkelen van leiderschapsvaardigheden, maar ook om het onderzoeken van onze motieven.
5. Gezond gezag is niet hetzelfde als controle
Het zou een verkeerde toepassing van deze passage zijn om iedere vorm van stevig leiderschap als autoritair te bestempelen. Leiders moeten soms confronteren, corrigeren, begrenzen en besluiten nemen die niet door iedereen worden gewaardeerd.
Ook het Nieuwe Testament kent duidelijke vormen van geestelijk toezicht, correctie en gemeentelijke tucht.
Paulus roept leiders op om toezicht te houden op de gemeente (Handelingen 20:28), verkeerde leer tegen te spreken (Titus 1:9) en waar nodig corrigerend op te treden (1 Korintiërs 5).
Maar die verantwoordelijkheid staat nooit los van het karakter en de wijze waarop gezag wordt uitgeoefend.
Petrus schrijft aan de oudsten:
‘En ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn.’
1 Petrus 5:3 (HSV)
De tegenstelling is dus niet die tussen sterk en zwak leiderschap. Het gaat om het verschil tussen gezag dat anderen dient en gezag dat anderen aan zichzelf onderwerpt.
Gezond leiderschap kenmerkt zich door duidelijke verantwoordelijkheid, toetsbare besluitvorming, transparantie, wederzijdse aanspreekbaarheid en het vermogen om ruimte te geven aan anderen.
Ongezond leiderschap wordt gekenmerkt door persoonsafhankelijkheid, onduidelijke mandaten, selectieve verantwoording en de neiging om kritiek als bedreiging te ervaren.
Juist daarom is governance niet uitsluitend een organisatorisch vraagstuk.
De inrichting van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en onderlinge verantwoording heeft ook een geestelijke dimensie.
Een gemeenschap waarin alles afhankelijk is van één persoon, kan organisatorisch efficiënt lijken, maar tegelijkertijd kwetsbaar zijn voor machtsmisbruik en geestelijke afhankelijkheid.
Andersom biedt een formeel gedeelde leiderschapsstructuur geen automatische bescherming tegen ongezonde machtsdynamieken.
Niet alleen de structuur moet gezond zijn; ook het karakter van degenen die binnen die structuur functioneren, moet gevormd worden.
6. Hoe ga je om met een Diotrefes in de ander?
Johannes kiest in zijn brief niet voor stilzwijgen. Hij kondigt aan dat hij, wanneer hij komt, de werken van Diotrefes ter sprake zal brengen. Dat is opmerkelijk.
De oudste reageert niet door zijn eigen gezag met een nog grotere machtsclaim te verdedigen. Hij benoemt concreet gedrag en maakt duidelijk dat dit gedrag niet zonder verantwoording kan blijven.
Daarin ligt een belangrijk principe voor leiders die met ongezonde machtsdynamieken worden geconfronteerd.
Benoem gedrag in plaats van motieven te veronderstellen
Wij kunnen niet rechtstreeks in het hart van een ander kijken.
Daarom is het verstandig onderscheid te maken tussen waarneembaar gedrag, de gevolgen daarvan en onze interpretatie van de onderliggende motivatie.
Zeg niet te snel: ‘Jij bent uit op macht.’
Benoem liever wat er concreet gebeurt:
‘Wij hebben afgesproken gezamenlijk besluiten te nemen, maar ik merk dat belangrijke beslissingen herhaaldelijk worden genomen zonder dat wij daar samen over gesproken hebben.’
Daarmee maak je het probleem toetsbaar en bespreekbaar.
Vraag om helderheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Onduidelijke gezagsverhoudingen creëren ruimte voor ongezonde afhankelijkheid.
Wie draagt welke verantwoordelijkheid? Wie mag welke beslissingen nemen? Waarover moet gezamenlijk overleg plaatsvinden? En hoe wordt verantwoording afgelegd?
Wanneer die vragen onbeantwoord blijven, kan een samenwerking formeel gelijkwaardig lijken terwijl de feitelijke invloed ongelijk verdeeld is.
Laat je niet dwingen tot een loyaliteitsconflict
Ongezonde leiderschapsdynamieken creëren soms een kunstmatige tegenstelling tussen trouw aan de leider en trouw aan de gezamenlijke opdracht.
Maar loyaliteit aan een persoon mag nooit betekenen dat je je geweten, verantwoordelijkheid of onderscheidingsvermogen moet uitschakelen.
Christelijke loyaliteit is geen blinde onderwerping.
Wees bereid om grenzen te stellen
Niet iedere samenwerking kan worden voortgezet. Wanneer iemand structureel weigert verantwoordelijkheid te delen, afspraken na te komen of zich te laten aanspreken, kan het noodzakelijk zijn om betrokkenheid te heroverwegen.
Dat hoeft geen uitdrukking van afwijzing of vijandschap te zijn. Soms is begrenzing juist noodzakelijk om verantwoordelijkheid, integriteit en gezonde relaties te beschermen.
Bewaak je eigen hart
Misschien is dit wel de moeilijkste opdracht.
Wie langdurig te maken heeft met controlerend leiderschap, loopt het risico zelf vanuit frustratie, wantrouwen of controledrang te gaan handelen.
De uitdaging is om ongezond gedrag te confronteren zonder hetzelfde gedrag over te nemen. Je hoeft niet passief te blijven om zachtmoedig te zijn. En je hoeft niet hard te worden om duidelijk te zijn.
7. Wie goeddoet, is uit God
Johannes eindigt zijn beschrijving van Diotrefes niet met een uitgebreide theorie over kerkelijk gezag.
Hij schrijft:
‘Geliefde, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goeddoet, is uit God; maar wie kwaad doet, heeft God niet gezien.’
3 Johannes 1:11 (HSV)
Hier verschuift de aandacht van de positie van een leider naar het karakter van zijn handelen.
De vraag is uiteindelijk niet hoeveel invloed iemand heeft, hoeveel mensen hem volgen of hoe succesvol zijn organisatie is. De vraag is of zijn handelen overeenkomt met het karakter van God.
Het verlangen van Diotrefes om de eerste te zijn, staat in scherp contrast met het onderwijs van Jezus over leiderschap. Toen zijn discipelen discussieerden over wie van hen de belangrijkste was, antwoordde Jezus: ‘
Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen’ (Marcus 9:35).
Later benadrukte Hij opnieuw:
‘En wie van u de eerste zal willen worden, moet slaaf van allen zijn’
(Marcus 10:44).
Het Griekse woord prōtos (πρῶτος), ‘de eerste’, is taalkundig verwant aan philoprōteuōn (φιλοπρωτεύων), waarmee Johannes het verlangen van Diotrefes naar voorrang beschrijft.
Jezus ontkent daarmee niet dat er binnen zijn gemeenschap leiderschap en gezag bestaan, maar keert de gebruikelijke logica van macht om. Grootheid wordt niet bepaald door de mate waarin anderen zich aan jouw positie onderwerpen, maar door de bereidheid jouw positie in dienst van anderen te stellen. Een goede les voor allen die naar een 'bediening' verlangen.
Waar Diotrefes de eerste plaats voor zichzelf lijkt op te eisen, leert Jezus dat werkelijk geestelijk leiderschap zichtbaar wordt in het dienen van anderen.
Dat sluit aan bij een fundamenteel thema in de johanneïsche geschriften: het werkelijk kennen van God wordt zichtbaar in de manier waarop mensen leven en met anderen omgaan. En wie heeft die Liefde meer ervaren dan de auteur zelf?
Daarmee wordt leiderschap niet uitsluitend beoordeeld op resultaten, maar ook op de geestelijke en relationele vrucht die het voortbrengt.
Zichtbaar en ontzichtbaar
Een gemeente kan groeien terwijl mensen innerlijk kleiner worden. Een organisatie kan financieel gezond zijn terwijl haar leiderschapscultuur wordt gekenmerkt door angst. Een bediening kan internationaal invloedrijk zijn terwijl er nauwelijks ruimte bestaat voor correctie, wederkerigheid of onafhankelijke verantwoordelijkheid.
Zichtbaar succes is daarom geen sluitend bewijs van geestelijke gezondheid. En omgekeerd is kritiek op een leider niet automatisch bewijs van rebellie.
Johannes én zijn Heer Jezus nodigen ons in het Nieuwe Testament uit om dieper te kijken: naar de concrete werken, de wijze waarop mensen worden behandeld en de vrucht die het leiderschap voortbrengt.
8. Zeven vragen voor iedere leider
Wie de geschiedenis van Diotrefes serieus neemt, zou zichzelf regelmatig de volgende vragen moeten stellen:
Deze vragen zijn niet bedoeld om leiders voortdurend aan zichzelf te laten twijfelen. Ze helpen ons om verantwoordelijkheid te blijven dragen zonder onze positie met onze identiteit te verwarren.
Tot slot: de eerste plaats is al bezet
Er bestaat een betekenisvolle tegenstelling tussen Diotrefes en Christus.
Johannes beschrijft Diotrefes als iemand die graag de eerste wil zijn: philoprōteuōn.
Paulus schrijft over Christus:
‘En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.’
Kolossenzen 1:18 (HSV)
In Kolossenzen gebruikt Paulus het verwante werkwoord prōteuō: de eerste zijn, de voorrang hebben.
De passages hebben verschillende literaire en theologische contexten, maar het contrast is veelzeggend.
Diotrefes verlangt naar de eerste plaats binnen de gemeenschap. Christus is degene aan wie de eerste plaats rechtmatig toekomt.
Daarmee raakt deze geschiedenis aan een fundamentele vraag voor ieder christelijk leider: Ben ik bezig mijn eigen positie te vestigen, of help ik mensen om Christus werkelijk de eerste plaats te geven?
Geestelijke volwassenheid betekent niet dat wij geen gezag meer uitoefenen, geen verantwoordelijkheid meer dragen of geen duidelijke grenzen meer stellen.
Het betekent dat wij steeds minder afhankelijk worden van de erkenning, onderwerping en bevestiging van anderen om onze eigen plaats te kunnen innemen. Een volwassen leider hoeft niet overal de eerste te zijn.
Hij kan verantwoordelijkheid dragen zonder alles te beheersen. Hij kan anderen erkennen zonder zichzelf te verliezen. Hij kan confronteren zonder te vernederen en ruimte geven zonder zijn verantwoordelijkheid te ontlopen.
Misschien begint de belangrijkste overwinning op Diotrefes daarom niet bij het corrigeren van een andere leider, maar bij het erkennen van de momenten waarop wij zelf de eerste willen zijn.
Want waar Christus werkelijk de eerste plaats krijgt, ontstaat ruimte voor anderen om hun eigen plaats in te nemen.
Sven Leeuwestein | Leeuwestein Leadership
Verlang je naar coaching en/of mentoring op dit vlak? Neem contact op.
Bronnen en verdere studie
* C. Black, ‘The First, Second, and Third Letters of John’, in The New Interpreter’s Bible, red. Leander E. Keck (Nashville: Abingdon Press, 1994–2004), deel 12, p. 464.
* John D. Barry e.a., Faithlife Study Bible (Bellingham, WA: Lexham Press, 2012, 2016).
* Ruth B. Edwards, The Johannine Epistles (Sheffield: Sheffield Academic Press, 2001), p. 25.
* Judson Edwards, 1, 2, 3 John and Jude: Learning and Living the Truth (Macon, GA: Smyth & Helwys Publishing, 2017), pp. 69–70.
* David Jackman, The Message of John’s Letters: Living in the Love of God (Leicester: InterVarsity Press, 1988), pp. 197–198.
Niet iedere leider die spreekt over eenheid, verdraagt daadwerkelijk gelijkwaardigheid. Niet iedere leider die de visie bewaakt, beschermt daarmee ook de mensen die aan zijn verantwoordelijkheid zijn toevertrouwd. En niet iedere leider die zegt ruimte te geven aan anderen, kan verdragen dat zij werkelijk invloed krijgen.
Leiderschap brengt onvermijdelijk een bepaalde mate van gezag met zich mee. Er moeten beslissingen worden genomen, grenzen worden gesteld en verantwoordelijkheden worden gedragen. Dat is niet alleen legitiem, maar vaak ook noodzakelijk.
Toch kan zich binnen datzelfde leiderschap een subtiele verschuiving voordoen. Het verlangen om verantwoordelijkheid te dragen, verandert geleidelijk in de behoefte om controle te behouden. Het bewaken van een gezamenlijke visie wordt het beschermen van de eigen positie. En het onderscheiden van wat gezond is voor de gemeenschap, raakt vermengd met de vraag wie er eigenlijk de meeste invloed mag hebben.
Juist binnen christelijke gemeenschappen kan deze dynamiek moeilijk herkenbaar zijn. Macht wordt zelden als macht gepresenteerd. Ze verschijnt eerder in de taal van geestelijk gezag, bescherming, loyaliteit, eenheid en verantwoordelijkheid.
De derde brief van Johannes introduceert een leider bij wie deze spanning pijnlijk zichtbaar wordt: Diotrefes.
Maar wie deze passage uitsluitend leest als een beschrijving van een problematische leider, mist misschien wel de meest confronterende toepassing.
De vraag is niet alleen hoe wij met een Diotrefes moeten omgaan, maar ook hoeveel ruimte wij de Diotrefes in onszelf geven.
1. Diotrefes toen
Een korte exegese van 3 Johannes 9–11.
‘Ik heb aan de gemeente geschreven; maar Diotrefes, die steeds onder hen de eerste wil zijn, erkent ons niet. Daarom zal ik, als ik kom, de werken die hij doet, in herinnering brengen. Hij belastert ons met kwaadaardige praatjes; en hiermee nog niet tevreden, erkent hijzelf de broeders niet en verhindert het hun die het wel willen doen en stoot hen uit de gemeente. Geliefde, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goeddoet, is uit God; maar wie kwaad doet, heeft God niet gezien.’
3 Johannes 1:9–11 (HSV)
De derde brief van Johannes is een korte, persoonlijke brief, gericht aan Gajus. De auteur, die zichzelf aanduidt als ‘de oudste’ (ho presbyteros), prijst Gajus vanwege zijn trouw aan de waarheid en zijn gastvrijheid tegenover rondreizende broeders die zich inzetten voor de verkondiging van het evangelie.
Tegenover Gajus verschijnt Diotrefes, een invloedrijke figuur binnen de gemeente die weigert de oudste en diens medewerkers te ontvangen.
Johannes beschrijft vijf samenhangende gedragingen:
- Diotrefes wil onder de gemeenteleden de eerste zijn.
- Hij weigert de oudste en diens medewerkers te erkennen of te ontvangen.
- Hij verspreidt kwaadwillige beschuldigingen over hen.
- Hij weigert zelf de rondreizende broeders gastvrij te ontvangen.
- Hij verhindert anderen dit wel te doen en sluit hen zelfs buiten de gemeenschap.
Opvallend is dat Johannes het conflict niet introduceert als een leerstellig geschil. Het concrete probleem betreft de weigering om bepaalde broeders te ontvangen, gecombineerd met het onderdrukken van gemeenteleden die dat wel willen.
Dat betekent niet dat leerstellige overtuigingen geen rol kunnen hebben gespeeld. De tekst geeft eenvoudigweg onvoldoende informatie om de precieze motieven van Diotrefes volledig te reconstrueren.
De naam Diotrefes (Grieks: Διοτρέφης, Diotrephēs) betekent letterlijk ‘door Zeus gevoed’ of ‘door Zeus grootgebracht’, een verwijzing naar de oppergod uit de Griekse mythologie.
Hoewel Johannes geen expliciete theologische betekenis aan deze naam verbindt, vormt deze een opmerkelijk historisch detail binnen de beschrijving van een leider die zelf de eerste plaats verlangt.
Johannes legt echter wel een rechtstreeks verband tussen zijn verlangen naar voorrang en zijn gedrag tegenover anderen.
Woordstudie: wat betekent ‘erkent ons niet’?
In vers 9 gebruikt Johannes de formulering: οὐκ ἐπιδέχεται ἡμᾶς — ouk epidechetai hēmas
Letterlijk: ‘hij ontvangt ons niet’.
Het werkwoord epidechomai (ἐπιδέχομαι) kan, afhankelijk van de context, betekenen: ontvangen, verwelkomen, toelaten of aanvaarden.
De HSV vertaalt het hier met ‘erkent ons niet’. Daarmee wordt een belangrijk aspect van de relationele en gezagsmatige spanning zichtbaar, maar het is goed te beseffen dat het Griekse werkwoord niet uitsluitend de formele erkenning van iemands autoriteit aanduidt.
In vers 10 gebruikt Johannes hetzelfde werkwoord wanneer hij schrijft dat Diotrefes de broeders niet ontvangt.
Die herhaling is exegetisch belangrijk. Het gaat niet uitsluitend om een innerlijke houding van gebrek aan respect. De weigering krijgt een concrete, relationele en organisatorische uitwerking: mensen worden niet ontvangen en anderen worden verhinderd hen te ontvangen.
De tekst laat daarmee zien hoe een persoonlijke houding van afwijzing kan uitgroeien tot een patroon van uitsluiting.
De ontwrichtende kracht van laster en negatieve woorden
Een opvallend aspect van het optreden van Diotrefes is de manier waarop hij woorden gebruikt om de positie en geloofwaardigheid van anderen te ondermijnen.
Johannes schrijft:
‘Hij belastert ons met kwaadaardige praatjes’ (3 Johannes 1:10).
In de Griekse grondtekst staat hier het werkwoord φλυαρέω (phlyareō), dat ‘kletsen’, ‘onzin uitkramen’ of ‘kwaadspreken’ kan betekenen. Het woord duidt op leeg, ongefundeerd of onverantwoord spreken en komt slechts eenmaal in het Nieuwe Testament voor.
Johannes versterkt de negatieve betekenis met de uitdrukking λόγοις πονηροῖς (logois ponērois), letterlijk ‘met kwaadaardige woorden’. Het gaat hier dus niet slechts om een verschil van inzicht of legitieme kritiek, maar om schadelijke communicatie waarmee de reputatie van anderen wordt aangetast.
Binnen de vroegchristelijke gemeenschappen, waarin persoonlijke relaties, gastvrijheid en onderling vertrouwen essentieel waren voor de verspreiding van het evangelie, konden dergelijke woorden bijzonder ontwrichtend werken. Door negatieve verhalen over de oudste te verspreiden, kon Diotrefes diens geloofwaardigheid ondermijnen en tegelijkertijd zijn eigen positie binnen de gemeente versterken.
De tekst laat niet zien hoe succesvol deze beïnvloeding daadwerkelijk was, maar wel dat zijn kwaadsprekerij samengaat met het weren van broeders en het uitsluiten van gemeenteleden. Daarmee wordt zichtbaar hoe woorden kunnen functioneren als instrument van sociale controle: wie het beeld van een ander weet te bepalen, kan ook beïnvloeden hoeveel ruimte, vertrouwen en gezag die ander binnen een gemeenschap ontvangt.
Dat mechanisme is vandaag niet minder relevant. Selectieve informatie, suggestieve opmerkingen, verdachtmakingen en het voortdurend negatief duiden van andermans motieven kunnen een leiderschapscultuur creëren waarin mensen elkaar niet langer rechtstreeks beoordelen, maar door de verhalen die over hen worden verteld. Juist daarom vraagt geestelijk volwassen leiderschap om waarheidsliefde, zorgvuldige communicatie en de bereidheid tot hoor en wederhoor.
Zoals Jakobus waarschuwt, kan de tong, hoewel klein, grote schade aanrichten (Jakobus 3:5–6). Een leider die de reputatie van anderen beschadigt om zijn eigen positie te beschermen, ondermijnt uiteindelijk het vertrouwen waarop gezond geestelijk leiderschap behoort te rusten.
Het diepere motief: de eerste willen zijn
Nog fundamenteler is het woord dat Johannes gebruikt om Diotrefes te typeren:
φιλοπρωτεύων — philoprōteuōn
Dit is het tegenwoordig deelwoord van philoprōteuō, een zeldzaam Grieks werkwoord dat betekent: graag de eerste willen zijn, naar de voornaamste positie verlangen of erop gesteld zijn de eerste plaats in te nemen.
Het woord is samengesteld uit elementen die verband houden met liefhebben (phileō) en de eerste zijn (prōteuō).
Het komt in deze vorm slechts hier in het Nieuwe Testament voor.
De tegenwoordige deelwoordsvorm beschrijft Diotrefes als iemand die gekenmerkt wordt door het verlangen naar de eerste plaats. De grammaticale vorm op zichzelf bewijst geen permanente psychologische toestand, maar binnen de beschrijving van Johannes gaat het duidelijk om meer dan één geïsoleerde beslissing.
Hier ligt de kern van het probleem. Niet zijn leiderschapspositie wordt expliciet veroordeeld, maar zijn verlangen naar voorrang en de wijze waarop dit verlangen zijn handelen bepaalt.
De tekst leert ons daarmee iets wezenlijks:
Het probleem begint niet noodzakelijk wanneer een leider gezag uitoefent, maar wanneer het verlangen naar voorrang bepalend wordt voor de manier waarop hij met anderen omgaat.
Spanning in de vroege kerk
Diotrefes wordt uitsluitend in de derde brief van Johannes genoemd. Zijn optreden biedt een bijzonder inkijkje in de gezagsverhoudingen en spanningen binnen de vroege kerk. Hoewel zijn precieze positie onbekend blijft, lijkt zijn gedrag te wijzen op een machtsstrijd waarin persoonlijk gezag en lokale autonomie tegenover de invloed van de oudste en diens medewerkers kwamen te staan.
Onder exegeten bestaat discussie over zijn achtergrond: vertegenwoordigde hij een afwijkende theologische stroming, was hij een lokale leider die zijn onafhankelijkheid wilde bewaken, of werd hij voornamelijk gedreven door persoonlijke ambitie? De tekst geeft hierover geen uitsluitsel. Wel wordt duidelijk dat zijn handelen verder reikte dan een persoonlijk conflict. Door rondreizende broeders te weren en gemeenteleden die hen wilden ontvangen uit te sluiten, belemmerde hij de onderlinge verbondenheid, gastvrijheid en wederzijdse verantwoordelijkheid tussen christelijke gemeenschappen.
Daarmee illustreert Diotrefes hoe het streven naar persoonlijke invloed de bredere gemeenschap van gelovigen kan ondermijnen, zelfs wanneer er niet aantoonbaar sprake is van een leerstellig conflict. En dat is een dynamiek die we vandaag de dag ook in de kerk kunnen tegenkomen.
2. De moderne Diotrefes: controle vermomd als verantwoordelijkheid
Een hedendaagse Diotrefes hoeft geen openlijk autoritaire leider te zijn.
Sterker nog, sommige ongezonde vormen van leiderschap worden juist in stand gehouden doordat ze aan de buitenkant redelijk, zorgvuldig en geestelijk verantwoord lijken.
De leider spreekt over bescherming van de gemeente, het bewaken van de visie, geestelijke veiligheid en het belang van eenheid.
Dat zijn op zichzelf volkomen legitieme verantwoordelijkheden.
Maar dezelfde begrippen kunnen ook worden gebruikt om de eigen invloed veilig te stellen.
Denk aan een leider die:
- Formeel samenwerking stimuleert, maar wezenlijke beslissingen uitsluitend zelf neemt.
- Spreekt over gedeeld leiderschap, terwijl anderen nauwelijks werkelijk mandaat krijgen.
- Kritische vragen interpreteert als gebrek aan loyaliteit.
- Nieuwe initiatieven alleen ondersteunt wanneer hij daar zelf de regie over behoudt.
- Andere leiders beoordeelt op hun bereidheid zich aan zijn positie te onderwerpen.
- Selectieve informatie deelt waardoor anderen geen gelijkwaardige afweging kunnen maken.
- Relaties of samenwerkingen beëindigt zodra zijn invloed ter discussie komt.
Niet elk afzonderlijk gedrag bewijst dat iemand handelt als Diotrefes. Soms zijn er goede redenen voor begrenzing, vertrouwelijkheid of centrale besluitvorming.
Het onderscheid ligt in de onderliggende motivatie, de proportionaliteit van het handelen, de transparantie van de besluitvorming en de bereidheid om verantwoording af te leggen. Gezond leiderschap beschermt natuurlijk de gezamenlijke opdracht. Ongezond leiderschap beschermt de eigen positie en noemt dat de gezamenlijke opdracht.
Het verschil kan aan de buitenkant bijzonder klein lijken, terwijl de gevolgen voor de gemeenschap enorm zijn.
3. Erkenning: wie mag er naast mij bestaan?
Een van de meest confronterende vragen die deze passage oproept, is hoe wij omgaan met mensen die niet vanzelfsprekend binnen onze invloedssfeer vallen.
Kunnen wij andere leiders werkelijk erkennen wanneer zij anders denken, anders werken of een andere bediening vertegenwoordigen? Kunnen wij iemand ruimte geven zonder diens initiatief te moeten controleren? En kunnen wij verdragen dat God door anderen werkt zonder dat wij daarvoor de erkenning ontvangen?
Erkenning betekent niet dat wij iedere overtuiging moeten onderschrijven of iedere vorm van leiderschap moeten legitimeren.
Het Nieuwe Testament roept nadrukkelijk op tot onderscheidingsvermogen. Johannes zelf waarschuwt in zijn tweede brief tegen het ontvangen en ondersteunen van mensen die de leer van Christus niet brengen (2 Johannes 9–11).
Erkenning is dus niet hetzelfde als grenzeloze acceptatie.
Maar geestelijk onderscheidingsvermogen mag ook geen dekmantel worden voor persoonlijke onzekerheid, rivaliteit of territoriaal gedrag.
Dat vraagt van leiders een belangrijke vorm van zelfonderzoek.
Wanneer ik iemand niet erken, komt dat dan voort uit een zorgvuldig getoetste overtuiging, of uit mijn moeite om diens zelfstandigheid, invloed of gezag te verdragen?
Die vraag wordt des te belangrijker wanneer wij zelf verantwoordelijk zijn voor het bepalen wie toegang krijgt tot een gemeenschap, platform, netwerk of bediening.
Want wie toegang beheert, beheert ook invloed.
En wie invloed beheert, draagt een bijzondere verantwoordelijkheid om persoonlijke voorkeuren niet te verwarren met geestelijk onderscheidingsvermogen.
4. De Diotrefes in jezelf: wanneer verantwoordelijkheid bezit wordt
Het is relatief eenvoudig om ongezonde machtsdynamieken bij andere leiders te herkennen. Veel moeilijker is het om dezelfde mechanismen bij onszelf te onderzoeken.
De meeste leiders beginnen niet met het voornemen anderen te controleren. Vaak begint het met een oprecht verlangen om iets goeds op te bouwen. Er is een visie, een roeping, een verantwoordelijkheid. Er worden offers gebracht en moeilijke beslissingen genomen. Langzaam kan echter een psychologische en geestelijke verschuiving plaatsvinden:
Omdat ik veel heb geïnvesteerd, ga ik mij eigenaar voelen. Omdat ik verantwoordelijkheid draag, wil ik overal bij betrokken worden. Omdat ik de geschiedenis ken, vind ik dat anderen eerst mijn goedkeuring nodig hebben. Omdat ik de risico’s zie, wordt het moeilijk om anderen werkelijk vertrouwen te geven. En omdat ik bang ben dat het misgaat, noem ik mijn behoefte aan controle voorzichtigheid.
Zo kan een leider vanuit oprechte betrokkenheid een patroon ontwikkelen waarin de zelfstandigheid van anderen steeds minder ruimte krijgt.
Dat maakt Diotrefes niet uitsluitend tot een figuur die wij bij anderen moeten identificeren. Hij houdt ons ook een spiegel voor.
Misschien ben ik niet degene die anderen uit de gemeente zet, maar ben ik wel degene die mensen subtiel op afstand houdt wanneer zij mijn positie bedreigen. Misschien verspreid ik geen openlijke laster, maar vertel ik wel selectief over anderen om mijn eigen handelen te rechtvaardigen. Misschien spreek ik over eenheid, terwijl ik vooral moeite heb met mensen die onafhankelijk van mij handelen. Misschien verlang ik naar gelijkwaardigheid, zolang ik zelf maar de doorslaggevende stem behoud.
De Diotrefes in onszelf verschijnt vaak op het moment dat onze behoefte aan zekerheid groter wordt dan onze bereidheid anderen werkelijk verantwoordelijkheid toe te vertrouwen.
Geestelijke volwassenheid vraagt daarom niet alleen om het ontwikkelen van leiderschapsvaardigheden, maar ook om het onderzoeken van onze motieven.
5. Gezond gezag is niet hetzelfde als controle
Het zou een verkeerde toepassing van deze passage zijn om iedere vorm van stevig leiderschap als autoritair te bestempelen. Leiders moeten soms confronteren, corrigeren, begrenzen en besluiten nemen die niet door iedereen worden gewaardeerd.
Ook het Nieuwe Testament kent duidelijke vormen van geestelijk toezicht, correctie en gemeentelijke tucht.
Paulus roept leiders op om toezicht te houden op de gemeente (Handelingen 20:28), verkeerde leer tegen te spreken (Titus 1:9) en waar nodig corrigerend op te treden (1 Korintiërs 5).
Maar die verantwoordelijkheid staat nooit los van het karakter en de wijze waarop gezag wordt uitgeoefend.
Petrus schrijft aan de oudsten:
‘En ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn.’
1 Petrus 5:3 (HSV)
De tegenstelling is dus niet die tussen sterk en zwak leiderschap. Het gaat om het verschil tussen gezag dat anderen dient en gezag dat anderen aan zichzelf onderwerpt.
Gezond leiderschap kenmerkt zich door duidelijke verantwoordelijkheid, toetsbare besluitvorming, transparantie, wederzijdse aanspreekbaarheid en het vermogen om ruimte te geven aan anderen.
Ongezond leiderschap wordt gekenmerkt door persoonsafhankelijkheid, onduidelijke mandaten, selectieve verantwoording en de neiging om kritiek als bedreiging te ervaren.
Juist daarom is governance niet uitsluitend een organisatorisch vraagstuk.
De inrichting van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en onderlinge verantwoording heeft ook een geestelijke dimensie.
Een gemeenschap waarin alles afhankelijk is van één persoon, kan organisatorisch efficiënt lijken, maar tegelijkertijd kwetsbaar zijn voor machtsmisbruik en geestelijke afhankelijkheid.
Andersom biedt een formeel gedeelde leiderschapsstructuur geen automatische bescherming tegen ongezonde machtsdynamieken.
Niet alleen de structuur moet gezond zijn; ook het karakter van degenen die binnen die structuur functioneren, moet gevormd worden.
6. Hoe ga je om met een Diotrefes in de ander?
Johannes kiest in zijn brief niet voor stilzwijgen. Hij kondigt aan dat hij, wanneer hij komt, de werken van Diotrefes ter sprake zal brengen. Dat is opmerkelijk.
De oudste reageert niet door zijn eigen gezag met een nog grotere machtsclaim te verdedigen. Hij benoemt concreet gedrag en maakt duidelijk dat dit gedrag niet zonder verantwoording kan blijven.
Daarin ligt een belangrijk principe voor leiders die met ongezonde machtsdynamieken worden geconfronteerd.
Benoem gedrag in plaats van motieven te veronderstellen
Wij kunnen niet rechtstreeks in het hart van een ander kijken.
Daarom is het verstandig onderscheid te maken tussen waarneembaar gedrag, de gevolgen daarvan en onze interpretatie van de onderliggende motivatie.
Zeg niet te snel: ‘Jij bent uit op macht.’
Benoem liever wat er concreet gebeurt:
‘Wij hebben afgesproken gezamenlijk besluiten te nemen, maar ik merk dat belangrijke beslissingen herhaaldelijk worden genomen zonder dat wij daar samen over gesproken hebben.’
Daarmee maak je het probleem toetsbaar en bespreekbaar.
Vraag om helderheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Onduidelijke gezagsverhoudingen creëren ruimte voor ongezonde afhankelijkheid.
Wie draagt welke verantwoordelijkheid? Wie mag welke beslissingen nemen? Waarover moet gezamenlijk overleg plaatsvinden? En hoe wordt verantwoording afgelegd?
Wanneer die vragen onbeantwoord blijven, kan een samenwerking formeel gelijkwaardig lijken terwijl de feitelijke invloed ongelijk verdeeld is.
Laat je niet dwingen tot een loyaliteitsconflict
Ongezonde leiderschapsdynamieken creëren soms een kunstmatige tegenstelling tussen trouw aan de leider en trouw aan de gezamenlijke opdracht.
Maar loyaliteit aan een persoon mag nooit betekenen dat je je geweten, verantwoordelijkheid of onderscheidingsvermogen moet uitschakelen.
Christelijke loyaliteit is geen blinde onderwerping.
Wees bereid om grenzen te stellen
Niet iedere samenwerking kan worden voortgezet. Wanneer iemand structureel weigert verantwoordelijkheid te delen, afspraken na te komen of zich te laten aanspreken, kan het noodzakelijk zijn om betrokkenheid te heroverwegen.
Dat hoeft geen uitdrukking van afwijzing of vijandschap te zijn. Soms is begrenzing juist noodzakelijk om verantwoordelijkheid, integriteit en gezonde relaties te beschermen.
Bewaak je eigen hart
Misschien is dit wel de moeilijkste opdracht.
Wie langdurig te maken heeft met controlerend leiderschap, loopt het risico zelf vanuit frustratie, wantrouwen of controledrang te gaan handelen.
De uitdaging is om ongezond gedrag te confronteren zonder hetzelfde gedrag over te nemen. Je hoeft niet passief te blijven om zachtmoedig te zijn. En je hoeft niet hard te worden om duidelijk te zijn.
7. Wie goeddoet, is uit God
Johannes eindigt zijn beschrijving van Diotrefes niet met een uitgebreide theorie over kerkelijk gezag.
Hij schrijft:
‘Geliefde, volg niet het kwade na maar het goede. Wie goeddoet, is uit God; maar wie kwaad doet, heeft God niet gezien.’
3 Johannes 1:11 (HSV)
Hier verschuift de aandacht van de positie van een leider naar het karakter van zijn handelen.
De vraag is uiteindelijk niet hoeveel invloed iemand heeft, hoeveel mensen hem volgen of hoe succesvol zijn organisatie is. De vraag is of zijn handelen overeenkomt met het karakter van God.
Het verlangen van Diotrefes om de eerste te zijn, staat in scherp contrast met het onderwijs van Jezus over leiderschap. Toen zijn discipelen discussieerden over wie van hen de belangrijkste was, antwoordde Jezus: ‘
Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen’ (Marcus 9:35).
Later benadrukte Hij opnieuw:
‘En wie van u de eerste zal willen worden, moet slaaf van allen zijn’
(Marcus 10:44).
Het Griekse woord prōtos (πρῶτος), ‘de eerste’, is taalkundig verwant aan philoprōteuōn (φιλοπρωτεύων), waarmee Johannes het verlangen van Diotrefes naar voorrang beschrijft.
Jezus ontkent daarmee niet dat er binnen zijn gemeenschap leiderschap en gezag bestaan, maar keert de gebruikelijke logica van macht om. Grootheid wordt niet bepaald door de mate waarin anderen zich aan jouw positie onderwerpen, maar door de bereidheid jouw positie in dienst van anderen te stellen. Een goede les voor allen die naar een 'bediening' verlangen.
Waar Diotrefes de eerste plaats voor zichzelf lijkt op te eisen, leert Jezus dat werkelijk geestelijk leiderschap zichtbaar wordt in het dienen van anderen.
Dat sluit aan bij een fundamenteel thema in de johanneïsche geschriften: het werkelijk kennen van God wordt zichtbaar in de manier waarop mensen leven en met anderen omgaan. En wie heeft die Liefde meer ervaren dan de auteur zelf?
Daarmee wordt leiderschap niet uitsluitend beoordeeld op resultaten, maar ook op de geestelijke en relationele vrucht die het voortbrengt.
Zichtbaar en ontzichtbaar
Een gemeente kan groeien terwijl mensen innerlijk kleiner worden. Een organisatie kan financieel gezond zijn terwijl haar leiderschapscultuur wordt gekenmerkt door angst. Een bediening kan internationaal invloedrijk zijn terwijl er nauwelijks ruimte bestaat voor correctie, wederkerigheid of onafhankelijke verantwoordelijkheid.
Zichtbaar succes is daarom geen sluitend bewijs van geestelijke gezondheid. En omgekeerd is kritiek op een leider niet automatisch bewijs van rebellie.
Johannes én zijn Heer Jezus nodigen ons in het Nieuwe Testament uit om dieper te kijken: naar de concrete werken, de wijze waarop mensen worden behandeld en de vrucht die het leiderschap voortbrengt.
8. Zeven vragen voor iedere leider
Wie de geschiedenis van Diotrefes serieus neemt, zou zichzelf regelmatig de volgende vragen moeten stellen:
- Erkenning: Kan ik andere leiders werkelijk erkennen, ook wanneer zij buiten mijn invloedssfeer opereren?
- Motivatie: Bescherm ik de gezamenlijke opdracht, of ben ik vooral bezig mijn eigen positie veilig te stellen?
- Gezag: Geef ik anderen daadwerkelijk verantwoordelijkheid en beslissingsruimte, of verwacht ik dat zij voor alles mijn goedkeuring vragen?
- Tegenspraak: Hoe reageer ik wanneer iemand mijn overtuigingen, besluiten of leiderschap ter discussie stelt?
- Waarheid: Spreek ik over andere leiders op een manier die recht doet aan de feiten, ook wanneer ik met hen van mening verschil?
- Governance: Zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen mijn organisatie voldoende helder, toetsbaar en wederkerig georganiseerd?
- Geestelijke vrucht: Worden mensen onder mijn leiderschap zelfstandiger, volwassener en vrijer in Christus, of juist afhankelijker van mij?
- Perspectief: Geef ik leiding aan mezelf en anderen in het licht van de eeuwigheid? Zie ik het grotere plaatje?
Deze vragen zijn niet bedoeld om leiders voortdurend aan zichzelf te laten twijfelen. Ze helpen ons om verantwoordelijkheid te blijven dragen zonder onze positie met onze identiteit te verwarren.
Tot slot: de eerste plaats is al bezet
Er bestaat een betekenisvolle tegenstelling tussen Diotrefes en Christus.
Johannes beschrijft Diotrefes als iemand die graag de eerste wil zijn: philoprōteuōn.
Paulus schrijft over Christus:
‘En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.’
Kolossenzen 1:18 (HSV)
In Kolossenzen gebruikt Paulus het verwante werkwoord prōteuō: de eerste zijn, de voorrang hebben.
De passages hebben verschillende literaire en theologische contexten, maar het contrast is veelzeggend.
Diotrefes verlangt naar de eerste plaats binnen de gemeenschap. Christus is degene aan wie de eerste plaats rechtmatig toekomt.
Daarmee raakt deze geschiedenis aan een fundamentele vraag voor ieder christelijk leider: Ben ik bezig mijn eigen positie te vestigen, of help ik mensen om Christus werkelijk de eerste plaats te geven?
Geestelijke volwassenheid betekent niet dat wij geen gezag meer uitoefenen, geen verantwoordelijkheid meer dragen of geen duidelijke grenzen meer stellen.
Het betekent dat wij steeds minder afhankelijk worden van de erkenning, onderwerping en bevestiging van anderen om onze eigen plaats te kunnen innemen. Een volwassen leider hoeft niet overal de eerste te zijn.
Hij kan verantwoordelijkheid dragen zonder alles te beheersen. Hij kan anderen erkennen zonder zichzelf te verliezen. Hij kan confronteren zonder te vernederen en ruimte geven zonder zijn verantwoordelijkheid te ontlopen.
Misschien begint de belangrijkste overwinning op Diotrefes daarom niet bij het corrigeren van een andere leider, maar bij het erkennen van de momenten waarop wij zelf de eerste willen zijn.
Want waar Christus werkelijk de eerste plaats krijgt, ontstaat ruimte voor anderen om hun eigen plaats in te nemen.
Sven Leeuwestein | Leeuwestein Leadership
Verlang je naar coaching en/of mentoring op dit vlak? Neem contact op.
Bronnen en verdere studie
* C. Black, ‘The First, Second, and Third Letters of John’, in The New Interpreter’s Bible, red. Leander E. Keck (Nashville: Abingdon Press, 1994–2004), deel 12, p. 464.
* John D. Barry e.a., Faithlife Study Bible (Bellingham, WA: Lexham Press, 2012, 2016).
* Ruth B. Edwards, The Johannine Epistles (Sheffield: Sheffield Academic Press, 2001), p. 25.
* Judson Edwards, 1, 2, 3 John and Jude: Learning and Living the Truth (Macon, GA: Smyth & Helwys Publishing, 2017), pp. 69–70.
* David Jackman, The Message of John’s Letters: Living in the Love of God (Leicester: InterVarsity Press, 1988), pp. 197–198.
Posted in Geestelijk leiderschap, Kerk en organisatie, Theologie en exegese
Posted in geestelijk leiderschap, spiegel, reflectie, persoonlijke ontwikkeling, gemeente
Posted in geestelijk leiderschap, spiegel, reflectie, persoonlijke ontwikkeling, gemeente
Recente artikelen
Archief
2026
August
2025
November
December
2024
August
September
2023
2022
2021
