Er zijn momenten in het leven van een leider waarop het grootste gevaar niet bestaat uit openlijke rebellie, moreel verval of het verliezen van de roeping. Soms is het gevaar veel subtieler. Je bent nog steeds geroepen. Je functioneert nog steeds. Je neemt verstandige beslissingen. De strategie werkt zelfs. En toch is ergens diep vanbinnen het vertrekpunt van je handelen verschoven. Niet langer bepaalt wat God heeft gesproken je interpretatie van de werkelijkheid, maar wat jarenlange druk je heeft geleerd te verwachten. Voor David heet die plek Ziklag.
Wanneer een geroepen leider onder langdurige druk een veilige plek vindt die langzaam zijn referentiekader verandert:
“Maar David zei in zijn hart: Ik zal op een dag nog eens door Sauls hand weggevaagd worden. Er is voor mij niets beters te doen dan met spoed te ontkomen naar het land van de Filistijnen.”
— 1 Samuël 27:1, HSV
Van gezalfde koning naar opgejaagde leider
Om 1 Samuël 27 goed te begrijpen, moeten we het hoofdstuk lezen binnen de bredere Saul-Davidcyclus. David is in 1 Samuël 16 door Samuel gezalfd. De Geest van de HEERE wordt vaardig over hem, terwijl Saul steeds verder afglijdt van zijn koninklijke roeping. Vervolgens verslaat David Goliath, groeit zijn publieke aanzien en wordt hij militair succesvol. Precies dat succes maakt hem echter bedreigend voor Saul.
Vanaf 1 Samuël 18 ontwikkelt zich daarom een steeds grimmiger patroon. Saul probeert David te doden, David vlucht, Saul achtervolgt hem, God bewaart David en David weigert vervolgens meerdere malen om Saul zelf uit de weg te ruimen. In zowel de grot van Engedi als later bij de heuvel van Hachila krijgt David ogenschijnlijk de mogelijkheid om zijn vervolger te doden. Beide keren weigert hij de hand uit te steken naar “de gezalfde van de HEERE” (1 Sam. 24; 26).
Dat is theologisch essentieel. David heeft geleerd dat een goddelijke belofte hem nog geen recht geeft de vervulling ervan zelf af te dwingen. Hij is gezalfd tot koning, maar weigert de troon door geweld van Saul af te nemen. Tussen zalving en vervulling bevindt zich een lange periode van vorming.